Noordelijke uilen in winters Canada en Alaska’s North Slope

Chris Schenk houdt een lezing over vogels in Canada en Alaska. Vogels kijken doet hij al vanaf de lagere school, vogels fotograferen vanaf de middelbare school. Mede omdat zijn oudste broer naar Tromsø, dat ruim boven de poolcirkel in Noorwegen ligt, verhuisde en ze daar vele vakanties doorbrachten heeft Chris buiten Nederland een voorkeur voor noordelijke gebieden en de bijbehorende soorten. Hierdoor belandde Chris, naast het noorden van Scandinavië, in het noorden van Rusland (Siberië), Canada en Alaska. Fotograferen en vogelen is een hobby, Chris werkt als software consultant bij Advisie in Eemnes. De hobby is wel dusdanig serieus dat een aantal foto's in tijdschriften, kalenders en boeken belandde en dat hij af en toe lezingen geeft. Beleving staat bij Chris voorop, dus liever een wat mindere foto van een wolf in het wild dan een prachtige foto van een wolf in gevangenschap.

Sneeuwuilen zijn geen zeldzame maar wel onvoorspelbare vogels. Ze zijn daar te vinden waar voedsel is en dat betekent dat ze op een bepaalde locatie het ene jaar talrijk kunnen zijn terwijl ze het jaar daarop volledig ontbreken. Dit geldt voor zowel voor hun broedgebieden als hun overwinteringsgebieden. Meerdere keren is Chris Schenk in gebieden geweest waar sneeuwuilen zouden kunnen broeden, maar keer op keer schitterden de vogels door afwezigheid. Plan B was om ze in hun overwinteringsgebied, de uitgestrekte akkers van Ontario en Quebec, te gaan fotograferen. Na contacten te hebben gelegd met lokale vogelaars, die bereid waren te helpen als de vogels aanwezig zouden zijn, hakte Chris dan eindelijk de knoop door. De reis werd geboekt en het internet werd angstvallig in de gaten gehouden om te kijken of er waarnemingen van sneeuwuilen waren. En die waren er! In de winter van 2008-2009 verschenen er niet alleen de nodige sneeuwuilen, nee, ook laplanduilen en sperweruilen waren goed vertegenwoordigd! Veel van deze uilen zijn geen mensen gewend en zijn dan ook totaal niet schuw. Een jongensdroom kwam uit!

Na de koffiepauze neemt Chris ons mee naar Alaska, het land van machtige bergketens, zalmen, Amerikaanse zeearenden en bruine beren. In deze lezing echter niets van dat alles, want hij neemt ons mee naar de rijke Arctische toendra in het uiterste noorden van Alaska, de North Slope. Hier bepaalt een klein knaagdier, de lemming, het verloop van het broedseizoen en staan sneeuwuil en ijsbeer aan de top van de voedselketen. Vroeg in het broedseizoen, vaak ligt er nog sneeuw, arriveren de sneeuwuilen en controleren de lemmingstand. Zijn er voldoende van deze knaagdiertjes dan blijven ze om te broeden, zijn er onvoldoende lemmingen dan trekken ze snel verder op zoek naar betere plekken. Begin juni reikt het zeeijs nog tot aan de kust en dat betekent dat er een goede kans is op ijsberen. De lokale bevolking, die grotendeels uit Inuit bestaat, mag nog op walvissen jagen en de restanten van deze jacht laat men ver buiten het dorp op het strand achter, een buitenkansje voor de ijsberen.
Hoewel er geen plek te vinden is waar je alle ‘goede’ Arctische soorten bij elkaar vindt benadert de toendra in het hoge noorden van Alaska dit streven wel. De plek van roofvogels wordt hier ingenomen door roofmeeuwen, jagers. Je vindt hier drie soorten; middelste jagers, die net als sneeuwuilen vrijwel volledig afhankelijk zijn van lemmingen, kleine en kleinste jagers. Uniek is het voorkomen van alle vier eidersoorten waaronder die drie prachtige Arctische eiders: koningseider, stellers eider en de uiterste zeldzame brileider. Op de talloze meertjes vinden we ook nog eens drie soorten duikers; roodkeelduikers, parelduikers en soms zelfs geelsnavelduikers. Deze laatste broeden op de grotere meren welke als laatste ijsvrij zijn. Vroeg in het broedseizoen zie je ze vooral vliegend wanneer ze de ijssituatie aan het beoordelen lijken te zijn. Hoewel ze hier niet broeden is er een goede kans dat we de prachtige vorkstaartmeeuw op doortrek aantreffen. Vaak blijven ze een paar dagen hangen en zijn ze in het geheel niet schuw. Steltlopers zijn talrijk; grauwe en rosse franjepootjes draaien pirouettes op het water en gestreepte strandlopers tonen hun bijzondere baltsvlucht waarbij ze hun keelzak opblazen en een vreemd hoempend geluid laten horen. Je vindt hier typische Amerikaanse soorten als grijze strandloper, alaska strandloper, bairds strandloper, Amerikaanse goudplevier en grote grijze snip, maar ook bekendere soorten als de bonte strandloper en drieteenstrandloper. Een buitenkans is de vondst van een baltsplaats van blonde ruiters, de steltloper met misschien wel het meest bizarre baltsgedrag. Het aandacht trekken begint met het beurtelings in de lucht steken van dan weer de ene vleugel en dan weer de andere, een gedrag dat we bij wel meer steltlopersoorten zien. Maar op het hoogtepunt van de balts worden beide vleugels gestrekt en draait het mannetje als een potloodventer om het vrouwtje heen. Voor de liefhebbers van zangvogels tenslotte zijn er nog sneeuwgorzen en ijsgorzen. Midden in de nacht loopt opeens het hele dorp uit. Niet iedereen zal enthousiast worden van de achterliggende reden, maar het is onderdeel van het leven in deze noordelijke Inuit nederzettingen.

Locatie:
Het Bolwerk (Ravelijn 55, ingang spoorzijde/parkeerplaats)